Chrysotile
Mg3Si2O5H4
Chrysotiel is een vezelachtig magnesiumsilicaat uit de serpentijngroep en de belangrijkste vorm van commercieel asbest. De naam, afgeleid van het Griekse woord voor ‘gouden vezel’, verwijst naar de zijdezachte, soepele, vaak goudgroene tot witte vezels die kunnen worden gescheiden en gesponnen. Vanwege de gezondheidsrisico’s is het industriële gebruik ervan thans sterk aan banden gelegd of verboden.
Eigenschappen
Chrysotiel is op structureel niveau monoklien, maar verschijnt als massa’s gekrulde, haarachtige vezels met een zijdeachtige glans; het is zacht (ongeveer 2,5–3) en de vezels zijn opmerkelijk sterk en hittebestendig. Dwars op de vezels lopen aders die de karakteristieke loodrechte vezelgroei laten zien.
Vorking
Het ontstaat op plaatsen waar magnesiumrijke ultramafische gesteenten worden omgezet door hydrothermale vloeistoffen (serpentinisatie), vaak in de vorm van aders die serpentiniet doorsnijden. Belangrijke vindplaatsen zijn onder meer Quebec (de districten Thetford en Asbestos), het Oeralgebergte en zuidelijk Afrika. Het is een van de serpentijnmineralen.